15 mei 2017 / Algemeen
Verantwoord geproduceerde chocolade : Belgische en Afrikaanse vakbonden slaan de handen in elkaar

Verantwoord geproduceerde chocolade : Belgische en Afrikaanse vakbonden slaan de handen in elkaar ISVI en HORVAL-ABVV steunen twee vakbonden (in Ivoorkust en in Burkina Faso) in hun pogingen tot preventie van kinderarbeid op de cacaoplantages.
Ook in het Noorden zetten meerdere vakbondsnetwerken en NGO’s zich in om de grote chocolademerken ertoe te brengen hun handelwijze te verbeteren.
Volgens een recent rapport van de Amerikaanse Tulane University worden meer dan 1,2 miljoen kinderen ingezet als werknemers op de cacaoplantages in Ivoorkust, de grootste producent van cacaobonen in de wereld. In vergelijking met 2008/2009 is het aantal kinderarbeiders met 49% toegenomen. Op het terrein is de realiteit complex : van occasionele prestaties in een familiaal kader tot dwangarbeid. Een deel van de kinderen die uitgebuit worden is bovendien slachtoffer van kinderhandel vanuit de buurlanden, hoofdzakelijk vanuit Burkina Faso.
Dit is dus de context waarin ISVI en HORVAL (de Voedingscentrale van het ABVV) twee Afrikaanse vakbonden (in Ivoorkust en in Burkina Faso) helpen bij het versterken van hun slagkracht om op te treden tegen kinderarbeid in de cacaosector. “Onze partner in Ivoorkust is SYNA-CNRA, de vakbond voor de voedingsmiddelenindustrie, legt Leticia Beresi, projectbeheerder in het ISVI, ons uit. Het is onze bedoeling hulp te verlenen bij het (beter) sensibiliseren, verstrekken van vorming en syndicaliseren van de cacaoproducenten. Indien zij zich verenigen in sterkere vakbonden, kunnen deze kleine producenten hun belangen beter verdedigen. En wanneer die producenten behoorlijk betaald worden en in waardige omstandigheden kunnen werken, kunnen hun kinderen naar school en doen de volwassenen het werk op de plantage.”
SYNA-CNRA heeft ook sensibiliseringsactiviteiten bij de cacaoproducenten en bij de dorpshoofden. Onder meer om duidelijk te maken dat het belangrijk is om de kinderen naar school te laten gaan, ook tijdens de oogstperiode (wat niet betekent dat de kinderen na schooltijd geen handje kunnen toesteken en hun ouders helpen bij het uitveren van lichtere taken); of ook om info te verstrekken over de wetten die voorzien in sancties voor het “kopen” van kinderen aan mensensmokkelaars die de kinderen komen “aanbieden” op de plantages. De vakbond vraagt de regering van Ivoorkust ook met aandrang om repressiever op te treden tegen kindersmokkelaars en tegen de uitbuiting van kinderen. Het is dan ook gedeeltelijk hieraan te danken dat het Ivoriaanse gerecht al enkele kinderhandelaars veroordeelde .
Burkina Faso : vrachtwagenchauffeurs sensibiliseren
In Burkina Faso (een van de landen waar de kindersmokkel naar de cacaoplantages in Ivoorkust sterk georganiseerd is) voorziet het project van ISVI en HORVAL in samenwerking met de UCRB (Union des chauffeurs routiers du Burkina Faso, de unie van vrachtwagenchauffeurs van Burkina Faso) ) om preventieacties te voeren. De UCRB is in de regio sterk ingeplant en heeft zelfs antennes in Ivoorkust, in Ghana en in Benin om de leden bij te staan. “In het kader van dit project voerde de UCRB een sensibiliseringscampagne voor vrachtwagenchauffeurs rond de kinderhandel en de preventierol die zij hierin kunnen spelen, legt Silvie Mariën, projectverantwoordelijke bij ABVV-HORVAL uit. Er werd promotiemateriaal uitgedeeld aan de chauffeurs (sleutelhangers, stickers om op de vrachtwagens aan te brengen). Er wordt de chauffeurs gevraagd om, wanneer ze vermoeden dat bepaalde kinderen het slachtoffer zijn van smokkelaars, contact op te nemen met de syndicale verantwoordelijken. Deze kunnen dan de overheidsdiensten vragen om op te treden en de zorg voor de kinderen op te nemen . Dit was bijvoorbeeld al het geval eind 2013, toen een chauffeur (die dankzij de UCRB op dit verschijnsel opmerkzaam was gemaakt) een twaalftal kinderen in een vrachtwagen opmerkte. Hij nam contact op met zijn vakbondssecretaris en zo konden de kinderen op tijd gered worden.”
Het is niet de taak van de UCRB om de zorg voor de kinderen die het slachtoffer zijn van kinderhandelaars op te nemen. Het is wel de taak van de UCRB om de overheid wakker te schudden, te sensibiliseren zodat die zijn rol speelt. De UCRB (Burkina Faso) en SYNA-CNRA (Ivoorkust) organiseren bovendien een jaarlijks contact om hun acties in de strijd tegen kinderhandel beter te coördineren. Beide partners van ISVI en HORVAL werken samen om uit te maken waar kinderen uit Burkina Faso die in handen van kindersmokkelaars vallen, eigenlijk terechtkomen . Er werd voor beide landen een stand van zaken opgemaakt en de risicozones werden in kaart gebracht.
Cacao : een Noord-Zuid netwerk
Via sensibiliseren wil dit project wil ook een Noord-Zuidnetwerk uitbouwen in de strijd tegen kinderarbeid en wel aan beide kanten van de bevoorradingsketen. HORVAL maakt deel uit van VOICE (Voice of Organizations in Cocoa in Europe), een Europees netwerk van NGO’s en vakbonden die zich inzetten voor een duurzame verandering in de cacaosector. VOICE publiceert regelmatig een « barometer » met details over een reeks indicatoren mbt de duurzaamheid in deze sector. HORVAL is eveneens actief in het netwerk cocoanet.eu van EFFAT (European Federation of Food, Agriculture and Tourism Trade Unions), hetgeen syndicalisten uit de grote Europese chocoladeproducerende landen de mogelijkheid biedt good practices mbt de chocoladenijverheid uit te wisselen. Silvie Mariën deelt ons het volgende mee : “Wij kwamen samen ter gelegenheid van meerdere Europese conferenties ; een hiervan ligt mee aan de basis van een gids mbt vakbondsacties in de strijd tegen de uitbuiting van kinderen in de cacaosector. Die handleiding legt de delegees uit hoe ze pertinente vragen kunnen stellen op de ondernemingsraad, onder meer mbt gedragscodes, onderaannemers, … “
De delegees van HORVAL maakten al gebruik van deze handleiding in een heel concreet geval mbt chocoladefabrikant Barry Callebaut. “In 2014 kwam Barry Callebaut in het nieuws met een school voor 240 kinderen die het bedrijf opgericht had in Bodjonou (op 45 km van Abidjan – Ivoorkust) vertelt Silvie Mariën. Ik nam contact op met de algemeen secretaris van SYNA-CNRA en vroeg hem om ter plaatse de kwaliteit van deze school te checken. Bij nazicht waren er maar drie klaslokalen voor 240 leerlingen, waren alle voorzieningen in slechte staat … Ik heb deze info onmiddellijk meegedeeld aan de gewestelijk secretaris van HORVAL in Gent, waar een grote chocoladefabriek van Barry Callebaut gevestigd is , om hem te vragen dit op de Raad van Beheer te stellen.”
Zowel in het noorden als in het Zuiden oefenen de partnervakbonden die mee dit project uitvoeren, druk uit op de bedrijven, steeds met de bedoeling kinderarbeid te doen verbieden en een waardige prijs te verkrijgen voor de aankoop van cacao . “De grote merken weten dat de vakbonden en de NGO’s nauwlettend toezien op heel gevoelige kwesties zoals kinderarbeid, besluit Silvie Mariën. Deze multinationale ondernemingen verschuilen zich achter « sociale » projecten (zoals de bouw van een schooltje) en proberen op die manier een goed imago te creëren. Wij herinneren er hierbij ook even aan dat het niet aan de bedrijven is om scholen te bouwen – dit is een taak voor de overheid, en wij pleiten voor een grotere Staatstussenkomst terzake. Bedrijven moeten in de eerste plaats de hele keten van cacaoproducenten en -leveranciers waardig werk garanderen.”