15 okt 2017 / Algemeen
Migratie, een centraal thema in de internationale debatten

In juli 2017 vond de Internationale Arbeidsconferentie plaats. Op de agenda stond het punt ‘migratie van werknemers’. Een onderwerp dat elke dag in de actualiteit staat. Deze conferentie werd voor het ABVV gevolgd door Luc Demaret, voormalig expert van ACTRAV, het bureau voor de werknemersactiviteiten in de IAO. In een interview met hem hebben we gepraat over de stand van zaken van zijn werkzaamheden.
ISVI : Zoals elk jaar heeft de Internationale Arbeidsorganisatie (IAO) in juni 2017 in Genève haar Internationale Arbeidsconferentie (IAC) georganiseerd. Wat is dat, de IAC?
LD : Deze conferentie wordt vaak beschouwd als een internationaal parlement voor de arbeid en vormt een discussieforum voor sociale en arbeidsvraagstukken op internationaal niveau. Hier kunnen internationale arbeidsnormen worden uitgewerkt en goedgekeurd. Dit evenement brengt de afgevaardigden van regeringen, van werknemers en werkgevers uit 187 Lidstaten van de IAO samen. Alle afgevaardigden hebben dezelfde rechten, kunnen vrijuit spreken en stemmen naar goeddunken. De ‘werknemers-‘ en ‘werkgevers’-afgevaardigden worden er soms toe gebracht te stemmen tegen de vertegenwoordigers van de regering of tegen elkaar. Deze verscheidenheid aan standpunten leidt soms tot felle debatten, tegenstrijdige standpunten en harde onderhandelingen tussen de verschillende partijen. Uiteindelijk moeten de beslissingen echter worden goedgekeurd door een ruime meerderheid en is het nodig een consensus te zoeken. Ter gelegenheid van deze Conferentie worden de grote oriëntaties van de IAO beslist. Het is een belangrijk moment dat aan de IAO een richting aangeeft over haar opdracht, met name de verdediging van de sociale rechtvaardigheid door het bepalen van internationale normen, door beleid te ontwikkelen en programma’s uit te denken voor de bevordering van waardig werk voor alle vrouwen en mannen in deze wereld.
ISVI : De IAC heeft een algemene discussie gevoerd over de migratie van werknemers. Welke ontwikkelingen worden er in dit domein vastgesteld?
LD : De door de IAO ingezamelde cijfers wijzen op een toename van migranten in absolute getallen. Er is sprake van 244 miljoen migranten ter wereld, waarvan 150 miljoen werknemers en werkneemsters. Het is echter belangrijk te vermelden dat in verhouding tot de wereldbevolking en haar evolutie, het migrantenaandeel hetzelfde is gebleven: het gaat om 3,3% van de wereldbevolking en 4,4% van de actieve bevolking. Migratie is dus een vrij stabiel en beperkt verschijnsel. Wat in tegenspraak is met de discours over het ‘gevaar’ van de migratie.
Wat daarentegen wel verandert, is de aard van de migratie. In tegenstelling tot de heersende opvatting en de vaak verspreide ideeën betreft de toename van de migratie vooral bewegingen tussen landen uit het Zuiden. Steeds meer migranten-‘werknemers’ zijn eigenlijk ‘werkneemsters’ die vaak het slachtoffer zijn van een dubbele discriminatie als migrant en als vrouw. Wat tot slot duidelijk blijkt, is dat – zelfs al zijn de OESO-landen nog vrij gespaard gebleven – de migratieprogramma’s voor tijdelijk werk, vooral voor laaggeschoolde werkneemsters en werknemers aanzienlijk zijn toegenomen.
ISVI : Waarom lijkt de evolutie van de debatten over de migratieprogramma’s voor tijdelijk werk u zorgen te baren?
LD : In het debat wordt in ieder geval de essentiële vraag gesteld van waardig werk en de gelijkheid van behandeling. Hebben de migranten-werknemers en –werkneemsters een roeping voor precariteit op het werk? Het standpunt van de groep van werkgevers in het debat bevestigt mijn angst. Hoewel bijna alle verslagen van de IAO wijzen op de negatieve impact van de migratieprogramma’s op de werkomstandigheden, zijn de werkgeversafgevaardigden – helaas met een zeker succes – erin geslaagd te blijven beweren dat het tijdelijke werk een wondermiddel is, een ‘springplank’ naar een contract van onbepaalde duur! Wat staat er in de rapporten van de IAO? Ze hebben het over loondiscriminatie van ten minste 30 %, moeilijke toegang tot huisvesting of tot een krediet, een grotere blootstelling aan beroepsziekten en arbeidsongevallen, en uiteraard ernstige aantastingen en inperkingen van de arbeidsrechten en de uitoefening van de syndicale vrijheid. Eigenlijk spreekt de IAO in plaats van een ‘springplank’ naar een contract van onbepaalde duur, over ‘een impasse’ of een ‘springplank’ naar werkloosheid of uitbuiting. De werkgevers zien het als flexibiliteit. De regeringen menen dat dit de publieke opinie kan sussen, die geneigd is ‘vijandig’ te staan tegenover permanente migratie. Bepaalde ‘experten’ praten over een ‘win-win’-situatie. In werkelijkheid vergroot het misbruik van migratieprogramma’s voor tijdelijk werk de ongelijkheden en bedreigt dit zowel de migrant-werknemer als de niet-migrant-werknemer. Deze programma’s dragen bij aan de precarisering van migranten-werknemers die bij afloop van hun tijdelijke arbeidscontract vaak in zeer kwetsbare en clandestiene situaties verkeren. Dit versterkt het negatieve beeld van de migratie uitgedragen door xenofobe partijen en bewegingen. De migrant-werknemer zal getolereerd, maar niet aanvaard worden. Migratieprogramma’s voor tijdelijk werk, veiligheidsdiscours over nulmigratie en aanvallen van xenofobie houden elkaar in stand en verhinderen de goedkeuring van een duurzaam, billijk en op rechten gestoeld migratiebeleid.
ISVI : De Conferentie beoogde ook de voorbereiding van de bijdrage van de IAO aan de lopende onderhandelingen bij de VN voor de goedkeuring van een Wereldpact over migratie… Waarover gaat het?
LD : Vorig jaar hebben de Staten tijdens een debat in de Algemene Vergadering van de Verenigde Naties in New York een verklaring goedgekeurd die onder meer voorzag (ook een pact rond de vluchtelingen staat op stapel) in de goedkeuring in 2018 van een ‘Mondiaal pact voor veilige, ordelijke en regelmatige migratie’. Waardig werk en arbeidsmigratie vormen een essentieel onderdeel van dit pact en de Staten zullen verbintenissen moeten aangaan, meer bepaald inzake de grondrechten. Maar het pleit is nog niet gewonnen. We hebben het gezien tijdens deze Internationale Arbeidsconferentie: de werkgevers en sommige regeringen van landen van bestemming van migratie zien hier de kans om de migratieprogramma’s voor tijdelijke arbeid te promoten of de werknemersrechten te beknotten in ruil voor migratiequota. Het betreft dus een soort chantage tegenover de landen van herkomst: meer mogelijkheden tot wettelijke, maar tijdelijke migratie, met minder rechten. De rol van de IAO zal dus essentieel zijn in dit debat om de balans te laten doorwegen langs de kant van waardig werk en de vakbonden zullen moeten wegen op de debatten. De inzet is drievoudig. Allereerst het Mondiaal Pact op zich dat een kans biedt om het wereldwijde migratiedebat te laten kaderen binnen de VN en hun normatief kader (verdragen en conventies m.b.t. de mensenrechten) en het evenwicht tussen landen (één land één stem). Tot nu vonden de debatten over internationale migratie plaats in een interstatenforum (het Wereldforum voor migratie en ontwikkeling) buiten de VN, vergrendeld door de grote landen van bestemming en geleid door de Internationale Organisatie voor Migratie (IOM). De IOM wordt op haar beurt gecontroleerd door de ministers belast met veiligheid (ministeries binnenlandse zaken) en lijkt meer bekommerd om ‘ordelijke’ migratie veeleer dan om de migrantenrechten. Tweede inzet: in het Pact precieze en sterke verbintenissen verkrijgen inzake de rechten van migranten-werknemers en –werkneemsters, bijvoorbeeld een verbintenis om de relevante Conventies van de IAO en de VN-Conventie over de rechten van migranten-werknemers en hun familieleden te bekrachtigen, te respecteren en toe te passen. Derde inzet: de rol van de IAO en dus van de sociale dialoog bestendigen, met spreekrecht voor de vakbonden in de debatten over het migratiebeleid op alle niveaus, gaande van het nationale tot het wereldwijde, via bilaterale en regionale akkoorden. Er is dus werk aan de winkel voor de internationale vakbeweging en elke vakbondscentrale moet op haar niveau kunnen bijdragen aan de inspanning.
ISVI Wat zijn nu precies die relevante conventies van de IAO? Heeft België deze onderschreven?
LD : We moeten eerst onderstrepen dat, tenzij er een uitdrukkelijk tegengestelde aanwijzing is, alle Conventies van de IAO van toepassing zijn op de migranten-werknemers en –werkneemsters, ongeacht hun situatie! De instanties van de IAO hebben, bijvoorbeeld, herbevestigd dat de migranten-werknemers in onregelmatige situatie het recht moeten hebben, krachtens Conventie 87 betreffende de syndicale vrijheid, zich aan te sluiten bij een vakbond of er één op te richten. België heeft 111 van de 189 IAO-Conventies geratificeerd. De laatste drie op deze Conferentie. Vervolgens zijn er twee bijzondere Conventies voor de migranten-werknemers en –werkneemsters: Conventie 97 en Conventie 143. Ter herinnering: Conventie 97 (die voornamelijk gaat over de gelijke behandeling van ingezetenen en migranten-werknemers in een regelmatige situatie) werd geratificeerd door België en Conventie 143 (die voorziet in de naleving van de grondrechten van alle migranten, ongeacht hun statuut) werd nog niet geratificeerd, ondanks de tussenkomsten van de vakbonden in die richting. De Voorzitter van het ABVV heeft deze ratificatie nog geëist in zijn speech voor de Internationale Arbeidsconferentie van dit jaar. Deze twee Conventies zijn de enige die het begrip ‘gelijke behandeling’ tussen migranten-werknemers en ingezeten werknemers definiëren en preciseren. Hun ratificatie brengt bovendien de verplichting mee voor de Staten om hun naleving te verzekeren en laat toe ze in te roepen voor nationale rechtscolleges. De gelijke behandeling is de beste bescherming tegen sociale dumping. In België zou de ratificatie van Conventie 143 ongetwijfeld misbruiken voorkomen, meer bepaald de intrekking van het verblijfsrecht van regelmatige Europese migranten, eenvoudigweg wegens het feit dat ze sociale steun ontvangen. Dit zou in ieder geval de interventiemogelijkheden van de vakbonden en het belang voor de migranten-werknemers en –werkneemsters om onze rangen te vervoegen versterken.